Lopend

Ontwerpend redeneren

Verkennen

Om te onderzoeken hoe de onderbouwing en overtuigingskracht van publieke ontwerppraktijken en hun resultaten kunnen worden versterkt, is een interdisciplinair onderzoeksteam samengesteld. Onder leiding van Geert Brinkman en Elke Wennekers wordt samen met ontwerp­professionals en onderzoekers de eerste basis gelegd en het onderzoeksplan uitgewerkt.

Hoe versterken we de onderbouwing en overtuigingskracht van publieke ontwerppraktijken en de ontwerpresultaten? Wat betekent dit voor het ontwerpproces? En hoe kunnen ontwerpers hun vaardigheden hierin verder ontwikkelen?

Wat maakt een ontwerp overtuigend in de ogen van een beleidsmaker, ambtenaar of wethouder? En hoe laat je als ontwerper zien dat je méér biedt dan alleen een slimme of mooie oplossing? In de publieke sector is de ruimte voor ontwerp niet vanzelfsprekend. Dat vraagt om een sterk verhaal met goede onderbouwing: niet alleen over de uitkomst van een project, maar ook over de weg ernaartoe.

Waarom is sterke onderbouwing nodig?
Het ontwikkelen van de onderbouwing noemen we ‘ontwerpend redeneren’. Dit speelt een belangrijke rol in verschillende fases van het ontwerpproces: tijdens de acquisitie en briefing, de uitvoering, evaluatie en overdracht.

Uit onderzoek in andere ontwerpgebieden blijkt dat goed kunnen uitleggen waarom je doet wat je doet een belangrijk kenmerk is van vakmanschap. Maar in de publieke sector komt daar iets extra’s bij kijken. De uitleg moet in deze context ook:

  • aansluiten bij publieke waarden en belangen,
  • vooruitdenken over langetermijneffecten en,
  • omgaan met verschillende belangen.

Praktijk en uitkomst: twee niveaus van ontwerpend redeneren
In dit onderzoek maken we een expliciet onderscheid tussen twee niveaus:

  • De ontwerppraktijk (de aanpak): hoe ontwerpers hun proces vormgeven, welke keuzes ze maken, en hoe ze omgaan met waarden, belangen en onzekerheden.
  • De ontwerpuitkomst (het resultaat): een product, dienst, visie of interventie, en de betekenis daarvan voor publieke waarden en lange termijn effecten.

Beide niveaus vragen om een goed verhaal – maar dat verhaal ziet er steeds anders uit, speelt op een ander moment in het proces, en vraagt om andere argumenten.

Wat verstaan we onder ontwerpend redeneren?
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek is het gezamenlijk definiëren van wat we bedoelen met ontwerpend redeneren. Het onderzoeksteam heeft dit concept afgebakend als volgt: Ontwerpend redeneren is zowel het logisch beredeneren als het overtuigend beargumenteren van de aanpak of uitkomst. Het heeft dus een cognitief en een communicatief aspect.

Met andere woorden: Waarom doe je wat je doet, en waarom is de uitkomst wat het is? Een ontwerpende aanpak is geen willekeurig proces van proberen en aftasten, maar een strategisch en doordacht traject. Door deze redenatie overdrachtelijk te maken door middel van een argumentatie, kunnen ontwerpers:

  • partners meenemen in hun proces,
  • beter verantwoorden wat ze doen en waarom,
  • de impact van hun werk vergroten.

Een ontwerpende aanpak is geen willekeurig proces van proberen en aftasten, maar een strategisch en doordacht traject.

het onderzoeksteam
Daarom gaan Geert Brinkman en Elke Wennekers de komende periode met deze vragen aan de slag. Geert en Elke zijn verbonden aan het Departement Bestuurskunde en Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Geert en Elke werken nauw samen met ontwerpprofessionals die in hun dagelijkse praktijk stoeien met ontwerpend redeneren. Deze ontwerpprofessionals zijn Lotte Jacobse (Reframing Studio), Tom Kortbeek (Fillip Studios), Peet Sneekes (Dapperder), Jurian Strik (Studio Strik) en Max Laane en Bo Kusters (ontwerpers bij de Belastingdienst).

Om op de opbrengsten van het onderzoek te reflecteren, is er een interdisciplinair team van wetenschappers opgesteld. Ze komen op verschillende momenten in het proces bij elkaar. Dit team bestaat uit: 

  • prof.dr. Arwin van Buuren – Erasmus Universiteit Rotterdam (bestuurskunde, ontwerp)
  • prof.dr. Albert Meijer – Universiteit Utrecht (publieke innovatie, publiek management)
  • prof.dr. Jean Wagemans – Universiteit van Amsterdam (argumentatie, communicatie)
  • dr.ir. Jaap Daalhuizen – TU Delft (ontwerp, methodologie)
  • dr.ir. Mieke van der Bijl- Brouwer (human-centered en systemic design)

Het project wordt gefinancieerd door CLICKNL en heeft als doel de kwaliteit en impact van ontwerpende aanpakken binnen publieke organisaties beter te begrijpen, te onderbouwen en te versterken.

Het verloop van het onderzoek bestaan uit twee delen.

  • Deel 1 loopt tot het eind van dit jaar en omvat een literatuurstudie en verdiepend casusonderzoek. Dit moet uitmonden in een goed inzicht in de ‘state of the art’ van ontwerpend redeneren – zowel in theorie als praktijk.
  • Deel 2 vangt begin volgend jaar aan en omvat een actieonderzoek, waarin de lessen en inzichten uit het eerste deel in de praktijk zullen worden toegepast. 

 

Ontwikkelen

Door middel van literatuuronderzoek achterhalen we wat al bekend is over ontwerpend redeneren in de publieke sector. Op basis van 5 casussen leren we van de praktijkervaringen, om de juiste kennis en tools te ontwikkelen. Die worden vervolgens in het actieonderzoek getest en versterkt.

In de verkennende fase is gedefinieerd wat ontwerpend redeneren inhoud: een ontwerpende aanpak kent allerlei verschijningsvormen, maar onder die verschijningsvormen zit altijd een ontwerp logica. De ontwerpende redenering is die logica: een gedegen en overtuigende onderbouwing van het ontwerp.
Het redeneren vindt op twee niveaus plaats: op het cognitieve niveau (waarom maak je de keuzes die je maakt) en op het communicatieve niveau (hoe leg je goed uit waarom je de keuzes maakt die je maakt).

Literatuuronderzoek

Om ontwerpend redeneren in haar omvang te kunnen begrijpen, wordt literatuuronderzoek gedaan vanuit drie theoretische lenzen: design theorie helpt de cognitieve afwegingen in een ontwerpproces in kaart te brengen, bestuurskunde helpt dit te kaderen in de context van de publieke sector en argumentatieleer helpt om te begrijpen op welke manieren er afwegingen en keuzes onderhandeld worden in het ontwerpproces.

5 casestudies

Om dit literatuuronderzoek aan te vullen met ervaringen uit de praktijk, zijn 5 praktijkcasussen bestudeerd. In 25 interviews met ontwerpers, opdrachtgevers en andere stakeholders in de verschillende casussen, is onderzocht hoe ontwerpend redeneren gestalte krijgt in de dagelijkse publieke ontwerppraktijk. Welke denkstappen zetten ontwerpers om tot een goed onderbouwd en overtuigend ontwerp te komen? Welke afwegingen zijn hierin leidend? Welke argumenten worden gebruikt om opdrachtgevers mee te nemen in het proces? En wat is de rol van opdrachtgevers en andere stakeholders hierin?

Een eerste uitkomst: artikel over het legitimeren van ontwerpuitkomsten in de publieke sector.

In het kader van de Design Research Society conferentie is er een eerste artikel geschreven over dit onderzoek, specifiek ingezoomd op het legitimeren van de ontwerpuitkomsten in de publieke sector. Met ‘legitimeren’ bedoelen we pogingen om percepties van opdrachtgevers, stakeholders, burgers en andere betrokkenen ten aanzien van ontwerpuitkomsten positief te beïnvloeden, zodanig dat deze als waardevol, wenselijk en nuttig worden gezien.. Dit vraagt niet alleen om begrip van wat in de publieke sector wordt gezien als waardevol, wenselijk en nuttig, maar ook om een begrip van hoe waardeoordelen van ontwerpuitkomsten tot stand komen en beïnvloed kunnen worden. Dit artikel is gebaseerd op het literatuuronderzoek en de analyse van acht interviews met ontwerpers. Het onderzoek identificeert negen werkingsprincipes van strategieën waarmee ontwerpers hun werk legitimeren in de publieke sector, verdeeld in drie categorieën. 

Conceptuele werkingsprincipes: hoe ontwerpers proberen percepties van ontwerpuitkomsten positief te beïnvloeden:

Geloofwaardigheid

Het onderbouwen van uitkomsten met overtuigende redenen, bewijs, anecdotes, of gezaghebbende bronnen. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van storytelling. 

Voorstelbaarheid

Vorm geven aan ontwerp om het tastbaar en overdraagbaar te maken. Bijvoorbeeld door prototypes te gebruiken.

Vertrouwdheid

Bestaande waarden, perspectieven, paradigma’s en ervaringen verbinden aan het ontwerp. Bijvoorbeeld door organisatiewaarden of herkenbare elementen te verankeren in het ontwerp.

Onconventionaliteit

Verwachtingen of organisatiepatronen doorbreken in ontwerpuitkomsten. Bijvoorbeeld door ontwerpuitkomsten op een bijzondere manier te presenteren.

Relationele mechanismen: hoe ontwerpers proberen prettige relaties en productieve interacties te realiseren, wat indirect bijdraagt aan de legitimiteit van de ontwerpuitkomsten:

Vertrouwen

Acties om het vertrouwen met de doelgroep/betrokkenen op te bouwen. Bijvoorbeeld door regelmatig over de voortgang te delen.

Betrokkenheid

De doelgroep/betrokkenen bij laten dragen aan het ontwerpproces, om begrip en eigenaarschap te genereren. Bijvoorbeeld door ze een beslissende rol te geven in de conceptualisering van ontwerpuitkomsten.

Reflexiviteit

De doelgroep/betrokkenen aanzetten tot reflectie op hun oordelen, aannames of standaarden. Bijvoorbeeld door empathie bij betrokkenen voor hun eigen doelgroep te stimuleren.

Situationele mechanismen: hoe ontwerpers strategisch inspelen op condities die bepalen wat op dat moment als legitiem wordt geacht:

Aansluiting

Aanhaken bij organisatorische of maatschappelijke ontwikkelingen op het juiste moment. Bijvoorbeeld door het ontwerptraject te verbinden aan breder spelende strategische ontwikkelingen.

Facilitatie

Het creëren van de condities die de acceptatie, adoptie en implementatie van uitkomsten bespoedigen. Bijvoorbeeld door een designteam met doorzettingsmacht te vormen.

Wat valt op?

Een ontwerpende aanpak is niet alleen een praktijk om complexe vraagstukken te adresseren, maar ook om te overtuigen. Ze worden bewust ingezet in de conceptuele en relationele legitimeringsmechanismen: dus niet alleen om hun ideeën en concepten te presenteren, maar ook om de interactie met partners en relevante relaties te orkestreren.

En juist in de situationele mechanismen – waar wordt ingespeeld op kansen en actualiteit om het project te bevorderen – zijn ontwerpers afhankelijk van ‘boundary spanners’: Dit zijn mensen die in staat zijn om wat er in de ontwerppraktijk gebeurt te vertalen naar de belevingswereld van de betrokken stakeholders en partners, maar ook andersom. Ze vervullen de rol van een tolk, mediator of verbinder. Een boundary spanner heeft vaak goed zicht op wat er in het ontwerptraject gebeurt én wat er in de betrokken organisatie(s) speelt – en is dus in staat om de verbinding te leggen.

Actieonderzoek

Om de kennis aan te vullen en te toetsen in de praktijk, en tools te ontwikkelen om de praktijk te versterken, haken Elke en Geert met hun onderzoek aan bij lopende publieke ontwerppraktijken: het actieonderzoek. Bij sommige praktijken is het onderzoek meer observerend: hoe vindt het ontwerpend redeneren zijn plek in de praktijk en komt dit overeen met het onderzoek – wat ontbreekt er en kan worden aangevuld met nieuwe middelen en tools? Bij andere praktijken is er meer ruimte voor inbreng: hier kunnen de nieuwe kennis en tools getoetst worden en kan er worden gewerkt aan verbetering.

Hoe verder?

De onderzoeksfase is nog in volle gang: tot aan oktober wordt het literatuuronderzoek aangevuld, wordt er gewerkt aan nieuwe kennis en tools en wordt er actieonderzoek gedaan om de kennis goed te laten aansluiten op de praktijk – dat is immers de plek waar het ontwerpend redeneren echt plaatsvindt. De betrokken partners en onderzoekers zijn betrokken om sturing en inbreng te geven waar nodig.

Implementeren

Deze fase is nog niet doorlopen.