Dappere Ruimte
Verkennen
In deze fase wordt onderzocht wat we verstaan onder een ‘dappere ruimte’ en welke dimensies belangrijk zijn om in gedachten te houden bij de vormgeving.
Frictie in publieke ontwerppraktijken
Ontwerpend werken aan complexe maatschappelijke vraagstukken met, voor of binnen de overheid veroorzaakt onvermijdelijk wrijving; soms met een organisatiecultuur en interne processen, soms tussen verschillende stakeholders en de mindsets en paradigma’s vanuit waar zij handelen. Een ontwerpende manier van werken is anders dan hoe de overheid en veel publieke organisaties gewend zijn te werken – en waar ze dus op ingericht zijn. Professionals in een publieke ontwerppraktijk worden daarom uitgedaagd met deze spanning om te gaan. Echter betekent dit ook dat een ontwerpende aanpak in de publieke context voortdurend moet balanceren tussen enerzijds een andere manier van werken brengen om daarmee ruimte te maken voor nieuwe oplossingen, en anderzijds (voldoende) aansluiting vinden bij het bestaande om daarmee te zorgen voor voldoende draagvlak en betrokkenheid.
(Coops et al., 2024).Dit vraagt dus om moed - omdat we moeten erkennen dat we ons onvermijdelijk kwetsbaar zullen voelen, blootgesteld zullen worden aan nieuwe manieren van doen, denken en zijn en dus geconfronteerd zullen worden met ongemak, frictie en moeilijkheden.
Conflict en frictie horen bij transitie, maar hoe ga je er goed mee om?
Maar wrijving betekent ongemak, en men gaat dat liever uit de weg. Maar juist waar dat conflict en de frictie zit, kunnen de kansen worden gevonden om tot de kernpunten van de gewenste verandering te komen. Waar de organisatie niet de ruimte biedt, belangen conflicteren, of prioriteiten botsen: daar zit de kans op impact. In wat wij de ‘dappere ruimte’ noemen kunnen professionals in de publieke ontwerppraktijk naar elkaar uitspreken waar verandering nodig is, maar ook hoe en waarom ze door de veranderingen worden beïnvloed. Zo’n ruimte staat voor een ethische en integere manier van werken met elkaar, waar je conflict niet uit de weg gaat maar elkaar wel blijft benaderen met compassie.
We bouwen hiermee voort op wat in de literatuur de ‘brave space’ wordt genoemd en onder meer wordt beschreven door Arao & Clemens (2013): “een dappere ruimte gaat verder dan het creëren van een ‘safe space’, waar iedereen gezien, gehoord en gerespecteerd wordt”. Er is meer nodig om goed om te kunnen gaan met de uitdagingen en frictie die komen kijken bij leren omdat ‘learning necessarily involves not merely risk but the pain of giving up a former condition in favor of a new way of seeing things’ (Boomstrom, 1998).
De onderzoeksvraag: vormgeven van een Dappere Ruimte
Hoewel de literatuur het concept van ‘brave space’ beschrijft blijft het ‘hoe’ onduidelijk. Want hoe ziet zo’n dappere ruimte er dan uit? Op welk moment is dit nodig? Welke vorm neemt deze aan in de context van de publieke ontwerppraktijk? En vooral ook: hoe creëer je zo’n dappere ruimte? Het doel van deze opdracht is om handelingsperspectieven te ontwikkelen die ontwerpers en ambtenaren helpen om binnen hun publieke ontwerppraktijk een ‘dappere ruimte’ te creëren.
2 opdrachten: dappere ruimte vanuit twee perspectieven
Enerzijds kan je dappere ruimte inbouwen in een proces: door werkvormen te introduceren waarin de frictie en onenigheid actief wordt opgezocht, kan deze frictie in een vaste structuur worden verkend en uitgeplozen. Anderzijds kan de dappere ruimte ook een fundamenteel principe in je werkwijze worden, een soort houding. Door je bewust te zijn van wanneer je stelling in moet nemen en wanneer je juist mee moet bewegen, beweeg je mee met waar de kansen op vernieuwing juist liggen.
Het eerste consortium bestaat uit De Nacht Club (Jaap Warmenhoven en Marjolein Vermeulen), en Myrthe Krepel.
Ze gaan aan de slag met dappere ruimte als fundamenteel principe. Hoe neem je stelling en wanneer beweeg je mee? Wanneer loont het om dapper te zijn en wanneer omarm je je braafheid?
Het tweede consortium bestaat uit Twynstra Gudde (Aleid Barmentlo, Iris van Genuchten en Andert Loman) en Leernoveren (Roselyne van der Heul).
Ze gaan aan de slag met dappere ruimte als onderdeel van het proces. Door te verkennen hoe frictie productief gemaakt kan worden, en waar de frictie actiever kan worden opgezocht, ontwikkelen ze werkvormen om in te zetten in publieke ontwerppraktijken.
Ontwikkelen
Deze fase is nog niet doorlopen.
Implementeren
Deze fase is nog niet doorlopen.