Centraal stond de spanning tussen loyaliteit en verandering. Hoe verhoud je je als ambtenaar of ontwerper tot systemen waarvan je onderdeel bent, maar waarvan je tegelijkertijd de tekortkomingen ziet? Is activisme een afwijking van professioneel handelen, of juist een terugkerend onderdeel van werken aan maatschappelijke transities?
De boekenclub bracht publieke professionals en social designers samen die deze vragen herkennen uit hun dagelijkse praktijk. De gesprekken vormden geen zoektocht naar één waarheid, maar een gezamenlijke verkenning van dilemma’s, paradoxen en handelingsperspectieven.
Sessie 1 – Frictie als vertrekpunt
De eerste sessie legde een bestuurskundige basis onder het fenomeen ambtelijk activisme. We lazen fragmenten uit The Ethics of Dissent van Rosemary O’Leary en bespraken Nederlandse voorbeelden, waaronder de discussies rond de A12-blokkades en de maatschappelijke discussie over ambtelijk activisme die de afgelopen jaren steeds zichtbaarder werd.
Al snel verschoof het gesprek van de vraag “mag dit?” naar een meer fundamentele vraag: wat gebeurt er wanneer professionele verantwoordelijkheid en institutionele loyaliteit uiteen beginnen te lopen?
Een deelnemer verwoordde het als volgt:“De frictie tussen wat je ziet gebeuren en wat je geacht wordt te doen, is geen uitzondering maar onderdeel van het werk.”
Die observatie werd een belangrijk vertrekpunt voor de rest van de reeks. In plaats van spanning direct te willen oplossen, onderzochten we hoe juist die spanning zichtbaar maakt waar systemen onder druk staan en waar verandering mogelijk wordt.
Vragen voor je eigen praktijk
- Waar ervaar jij spanning tussen professionele overtuigingen en institutionele verwachtingen?
- Welke vormen van tegenspraak zijn binnen jouw organisatie vanzelfsprekend en welke niet?
- Wanneer wordt loyaliteit een kracht, en wanneer juist een belemmering?
Sessie 2 – Een stap naar buiten
In de tweede sessie bekeken we de film Spotlight (2015), gebaseerd op het waargebeurde verhaal van journalisten die jarenlang onderzoek deden naar misstanden binnen de katholieke kerk in Boston.
Hoewel het geen verhaal over ambtenaren is, raakte het direct aan de centrale vraag van de boekenclub: wat gebeurt er wanneer signalen van systeemfalen zichtbaar worden, maar het systeem onvoldoende in staat blijkt om zichzelf te corrigeren?
De film maakte voelbaar hoeveel doorzettingsvermogen nodig is om ongemakkelijke waarheden boven tafel te krijgen. Niet alleen moed speelt daarbij een rol, maar ook samenwerking, volharding en het vermogen om weerstand te verdragen.
Een vraag die bleef hangen was: ‘Als systemen ergens structureel tekortschieten, wie ziet dat dan? En wie voelt zich verantwoordelijk om er iets mee te doen?’. De gesprekken werden hierdoor persoonlijker. Minder abstract, meer verbonden met de dagelijkse praktijk van deelnemers.
Vragen voor je eigen praktijk
- Welke signalen van systeemfalen zie jij in je werk?
- Wanneer spreek je je uit, en wanneer niet?
- Wat helpt om vol te houden wanneer verandering langzaam gaat?
Sessie 3 – Meervoudige loyaliteiten
De derde sessie bracht meer structuur in het onderwerp. Aan de hand van werk van Gijs Diercks en collega’s en een podcast van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur onderzochten we verschillende vormen van ambtelijk activisme. Wat hielp was om het oordeel even uit te stellen. Eerst proberen te begrijpen wat ambtelijk activisme is, wanneer het ontstaat en in welke vormen.
Belangrijk inzicht was dat ambtenaren vrijwel nooit vanuit één loyaliteit handelen. Ze bewegen voortdurend tussen loyaliteit aan bestuurders, collega’s, wetgeving, maatschappelijke groepen, toekomstige generaties en hun eigen professionele overtuigingen.
Juist dat meervoudige karakter maakt het vraagstuk ingewikkeld. Activisme blijkt dan niet zozeer een uitzondering op neutraal ambtelijk handelen, maar eerder een verschijnsel dat ontstaat wanneer verschillende publieke waarden met elkaar in conflict komen.
Een deelnemer merkte op: “Het gaf rust om te zien dat dit niet iets is wat misgaat, maar iets wat er gewoon is.” Daarmee verschuift de vraag van of activisme mag bestaan naar hoe we er op een professionele manier mee omgaan in de praktijk.
Het gesprek raakte ook aan de rol van ontwerpers binnen publieke organisaties. Ontwerpers beginnen vaak aan de randen van het systeem, waar nieuwe perspectieven en alternatieven zichtbaar worden. Juist daardoor komen zij regelmatig terecht in dezelfde spanningsvelden als ambtenaren die verandering proberen mogelijk te maken.
Vragen voor je eigen praktijk
- Aan wie of wat voel jij je loyaal in je werk?
- Welke loyaliteiten versterken elkaar, en welke botsen?
- Welke rol spelen ontwerp, verbeelding en experiment in jouw veranderopgaven?
Sessie 4 – De langere termijn
In de laatste sessie lazen we Geschiedenis voor Morgen van Roman Krznaric. Daarmee verschoof het perspectief van actuele dilemma’s naar de langere lijnen van maatschappelijke verandering.
Het boek laat zien dat veel ideeën die vandaag vanzelfsprekend lijken ooit als radicaal, onrealistisch of zelfs ongewenst werden beschouwd. Historische voorbeelden maken zichtbaar dat maatschappelijke verandering vaak begint aan de randen, in kleine experimenten en alternatieve praktijken.
Dat leidde tot gesprekken over een vraag die gedurende de hele boekenclub aanwezig was: hoe creëer je ruimte voor alternatieven wanneer de dominante werkwijze nog steeds als vanzelfsprekend wordt gezien?
Een deelnemer vatte het samen: “Verandering komt zelden van bovenaf en zit vaak in kleine dingen.” Dat inzicht bracht ook enige relativering. Niet iedere vorm van activisme hoeft direct tot grote doorbraken te leiden. Soms bestaat de bijdrage juist uit het zichtbaar maken van andere mogelijkheden, het stellen van nieuwe vragen of het openen van een gesprek dat eerder niet gevoerd werd.
Vragen voor je eigen praktijk
- Welke alternatieven zie jij die nog weinig aandacht krijgen?
- Waar kun je ruimte creëren voor experiment en verbeelding?
- Welke kleine veranderingen van vandaag zouden over tien jaar vanzelfsprekend kunnen zijn?
Wat namen we mee?
Terugkijkend stond niet het activisme zelf centraal, maar de zoektocht naar een rijker begrip van professioneel handelen binnen maatschappelijke transities.
De boekenclub liet zien dat publieke professionals voortdurend navigeren tussen verschillende verantwoordelijkheden, waarden en tijdshorizonten. Activisme bleek daarbij geen vastomlijnde positie, maar eerder een lens om te kijken naar momenten waarop systemen schuren, vastlopen of om vernieuwing vragen.
Zoals een deelnemer achteraf zei: “Gesprekken met gelijkgestemden gun ik de organisatie.” Niet om het eens te worden, maar om scherper te krijgen wat er speelt en waar je zelf staat.
Zelf aan de slag
Als je zelf met deze boeken en media gaat werken, helpt het om ze niet als handleiding te lezen. Ze geven geen stappenplan, maar wel houvast om anders te kijken:
- The Ethics of Dissent (O’Leary) helpt om na te denken over loyaliteit, tegenspraak en professionele verantwoordelijkheid.
Leesvraag: Waar botsen loyaliteiten in jouw werk? - Spotlight maakt zichtbaar wat nodig is om systeemfalen te herkennen én vol te houden wanneer verandering weerstand oproept.
Leesvraag: Wat is nodig om iets zichtbaar te maken en wat kun jij daarin doen? - Diercks et al. bieden taal en perspectieven om verschillende vormen van ambtelijk activisme te onderscheiden.
Opdracht: Gebruik Diercks et al. om je eigen praktijk eens in kaart te brengen. - Geschiedenis voor Morgen (Krznaric) helpt om voorbij het heden te kijken en alternatieven te verkennen die nu nog onwaarschijnlijk lijken.
Vraag: Welke voorbeelden uit de geschiedenis geven voor jouw vraagstuk een goed beeld of inspiratie over hoe het ook kan?
Een bruikbare oefening is om niet direct te zoeken naar oplossingen, maar eerst te onderzoeken waar het schuurt. Juist daar liggen vaak aanwijzingen voor onderliggende systeemvragen en mogelijke transities.
Tot slot
Gedurende de reeks kwam ambtelijk activisme naar voren als een terugkerend verschijnsel in het werken aan maatschappelijke verandering. Niet uitzonderlijk, maar ook niet vanzelfsprekend.
Misschien zit de uitdaging daarom niet in het oplossen van de spanning tussen loyaliteit en activisme, maar in het leren verdragen en onderzoeken ervan. In het creëren van een “dappere ruimte” waarin deze gesprekken gevoerd kunnen worden.
Want juist waar het schuurt, ontstaat soms de ruimte voor beweging.